Ontstaan van Oasis

Ontstaan van Oasis

Een jongetje zoals zoveel jongetjes in India: arm en dakloos. Zijn moeder was overleden, zijn vader ging aan de drank en liet de kinderen aan hun lot over. Zo kwam Sundaram in 1967 terecht in het kindertehuis Bethel Fellowship in Salem, het eerste kindertehuis in India dat gesteund werd door stichting Red een Kind. Samen met zijn twee broers – Abraham en Inbanathan – behoorde hij tot een van de eerste kinderen die via Red een Kind werden gesponsord.

Dea, dan nog een ongetrouwde jonge vrouw, wordt in 1968 sponsor van Sundaram. Na haar huwelijk met Kees Smallenbroek blijven ze Sundaram steunen.

Als de familie Smallenbroek in 1977 de mogelijkheid heeft om Sundaram in India te bezoeken ontstaat er intensiever contact en leren ze elkaar een beetje kennen. De manager van het tehuis, dhr. P. Samuel, was voor hen een inspirerende, enthousiaste man met een warm hart voor kinderen.

Sundaram en zijn Nederlandse sponsors (Kees en Dea Smallenbroek) in 1977.

Sundaram en Kees en Dea blijven contact houden via brieven. Ook sturen Kees en Dea hem geboortekaartjes van hun kinderen. Omdat het kindertehuis niet wil dat de kinderen de adressen te weten komen, worden alle adressen van de sponsors doorgekrast. Na verloop van tijd wordt het contact verbroken, als Sundaram het kindertehuis verlaat.

Tot de familie Smallenbroek in 1990 ineens weer een brief van Sundaram ontvangt. Hij is dan al getrouwd en heeft een kindje. Sundaram had het verlangen zijn sponsors te vertellen hoe goed hij het nu had. Ook is hij, mede dankzij het kindertehuis, zelf gaan geloven dat Jezus zijn verlosser is!

Door het adres op het verzonden geboortekaartje te achterhalen, is hij hen weer op het spoor gekomen. Inmiddels zijn Kees en Dea dan alweer enige jaren verhuisd, maar de huidige bewoners van hun oude huis sturen deze bijzondere post naar hen door.

In 1991 bezoekt de familie Smallenbroek Sundaram en zijn gezin. Voor iedereen voelde dit als een geweldig weerzien. Vanaf dan zijn er regelmatig contacten en ontmoetingen.

In 2000 bezoeken Kees en Dea hen opnieuw. Sundaram heeft een drukke baan, maar op zondag zijn hij en zijn vrouw bezig met zondagschool en evangelisatiewerk. In een klein kerkje is hij begonnen met een dagopvang voor de allerarmste kinderen uit zijn omgeving. Het blijkt wel dat hij de liefde die hij heeft ontvangen graag doorgeeft aan kinderen zonder kansen. Op dat moment doet Sundaram dat helemaal privé, zonder (financiële) hulp van anderen. De financiële middelen ontbreken hem om het werk uit te breiden. Als reactie daarop stellen Kees en Dea voor hem te helpen en in Nederland sponsors te zoeken.

Via familie en de kerkelijke gemeente wordt veel hulp en betrokkenheid geboden, waardoor het werk van Sundaram en zijn gezin bleef groeien. Daardoor kon Sundaram fulltime voor het project gaan werken en andere lokale medewerkers in dienst nemen.

Het kleine jongetje Sundaram, dat eerst zelf hulp nodig had van sponsors, is jaren later directeur van een dagopvang dat honderden kinderen helpt aan een betere toekomst!

Door de jaren heen is het project enorm uitgebreid en zijn er ook andere projecten bij gekomen.
Het bestuur in Nederland ondersteunt op afstand.
In 2019 hebben Kees en Dea Smallenbroek het werk overgedragen aan het huidige bestuur, waar ook twee zonen van hen in zitten.

Sundaram en zijn vrouw Shanty